Aan de Sint Olofspoort, vlak bij het Centraal Station, zit één van de kleinste bars van Nederland. Geen terras, geen cocktailkaart, geen muziek op de achtergrond. Proeflokaal De Ooievaar past in één kamer en serveert uitsluitend wat distilleerderij A. van Wees maakt: Oudhollandse genevers en likeuren op basis van originele recepten die al eeuwen meegaan. Wie hier binnenstaat, staat meteen in het hart van een traditie die in de rest van de stad vrijwel verdwenen is.
Achter de distilleerderij zit de familie Van Wees, al actief als distillateurs sinds 1883. De Ooievaar zelf gaat nog verder terug: opgericht in 1782, en inmiddels de enig overgebleven ambachtelijke distilleerderij van de stad. Wat dat betekent, merk je als je er staat: de producten die hier worden geschonken, komen rechtstreeks uit de Jordaan, waar de distilleerderij nog altijd draait op ambachtelijke methodes. Geen grote volumes, geen industriële productie.

Het interieur past precies bij wat er geschonken wordt. Authentiek, wat donker, met het karakter van een plek die al heel lang bestaat en dat ook weet. Vitrines, oude flessen, een toonbank waarachter iemand staat die weet wat er in elk glas zit. Museum-achtig is een woord dat weleens valt, maar het klopt niet helemaal: het is te levendig daarvoor. De stamgasten die er zitten, zijn niet bang voor een gesprek met een nieuwkomer. Dat geeft het iets wat je in weinig Amsterdamse kroegen nog vindt.
De stamgasten die er zitten, zijn niet bang voor een gesprek met een nieuwkomer. Dat geeft het iets wat je in weinig Amsterdamse kroegen nog vindt.
De ligging is niet toevallig: op de route van het Centraal Station naar de Wallen, in een straat die je eigenlijk nooit opzoekt maar wel altijd passeert. De Jordaan, waar de distilleerderij staat, en dit kleine proeflokaal aan de Sint Olofspoort zijn twee kanten van hetzelfde bedrijf. Wie wil weten hoe de stad ooit rook, hoeft niet ver te zoeken. De Ooievaar staat er nog.