Er zijn van die plekken waar je binnenstapt en meteen weet dat je niet in een hype-restaurant zit. Hakata Senpachi in de Rivierenbuurt is zo’n plek. Chef-eigenaar Neil Roake runt hier al meer dan twintig jaar een yakitori-ya zoals je die kent uit de achterstraatjes van Hakata of Tokio: compact, no-nonsense, en de geur van gloeiende houtskool zodra de deur opengaat.
Het hart van het restaurant is de hibachi, het houtskoolrooster dat centraal in de ruimte staat. Niet verstopt in een keuken achter een muur, maar gewoon middenin, zodat de hele zaal gevuld wordt met de geur van grillen. Op dat rooster belanden uitsluitend Franse vrije-uitloopkippen, op spies gestoken en langzaam gegaard boven de kolen.

Roake is niet iemand die het bij goede kip houdt. Hij reist persoonlijk naar Japan om sake te selecteren bij traditionele brouwerijen, ver weg van de groothandel. Dat merk je aan de kaart: handgeselecteerde Japanse sakes naast authentieke cocktails, niet het standaard assortiment dat je overal tegenkomt. Wie liever een volledige avond boekt, kan kiezen voor het Chef Menu van drie gangen voor 82 euro per persoon. Er is ook een vegetarisch Chef Menu voor 40 euro, wat in een restaurant dat zo sterk op kip leunt een welkome optie is.
Neil Roake selecteert zijn sakes persoonlijk, gebruikt uitsluitend vrije-uitloopkip en trekt zijn bouillons zelf. Geen shortcuts.
Twintig jaar is lang in de horeca, zeker in een stad waar restaurants sneller openen dan sluiten. Dat Hakata Senpachi het nog steeds doet, op dezelfde manier als van het begin, zegt genoeg. Neil Roake selecteert zijn sakes persoonlijk, gebruikt uitsluitend vrije-uitloopkip en trekt zijn bouillons zelf. Geen shortcuts. De Volkskrant noemde het restaurant het perfecte medicijn tegen somberheid, en na twintig jaar is dat oordeel nog steeds van kracht.