Je loopt de Witte de Withstraat in en stuit op een zaak die er van buiten niet om schreeuwt. Witte muren, houten meubels, een open keuken. Ruimte voor zo’n vijftig mensen. Meer heeft Meneer de Wit Heeft Honger niet nodig om indruk te maken, want de pers doet dat al jaren voor hen. Een 9 van NRC, een 8 van Het Parool, een 13 bij Gault Millau. Dat zijn geen cijfers voor een aardig buurtrestaurant. Dat zijn cijfers voor een plek die serieus wordt genomen.
Achter het fornuis staat Simo Bouabgha, chef-patron en het brein achter alles wat hier op tafel komt. Zijn keuken is mediterraan, maar de Marokkaanse achtergrond is nergens ver weg. Dat merk je aan de kruiden, de combinaties, de manier waarop groente hier behandeld wordt. Want groente is bij Bouabgha geen bijgerecht. Aubergine, biet, hummus: ze staan op gelijke voet met vis en vlees. Niet als statement, maar gewoon omdat hij het zo kookt.

Het interieur houdt zich gedeisd. Witte muren zonder afleidende kunst, houten meubels die niet bij elkaar hoeven te passen, en een open keuken zodat je ziet wat er gebeurt. Het is sober op de goede manier: de aandacht gaat naar het bord, niet naar de ruimte eromheen. Met vijftig couverts is het klein genoeg om niet anoniem te voelen.
Groente is bij Bouabgha geen bijgerecht: aubergine, biet en hummus staan op gelijke voet met vis en vlees.
De Baarsjes is al lang geen vergeten hoek van de stad meer, maar de Witte de Withstraat heeft het altijd rustiger gehouden dan de Kinkerstraat verderop. Dat past bij deze zaak. Meneer de Wit Heeft Honger bestaat al since 2015 en heeft nooit het gevoel gewekt iets te willen bewijzen. Bouabgha kookt gewoon, deelt zijn menu, en laat de gasten en de critici oordelen. Groente is bij Bouabgha geen bijgerecht: aubergine, biet en hummus staan op gelijke voet met vis en vlees. Die aanpak werkt klaarblijkelijk.