Cenc voelt als het grote zusje van Bar Parry: dezelfde ontspannen aanpak, maar met net wat meer ruimte voor eten dat de zee opzoekt. De kaart leunt op vis, schaal- en schelpdieren en houdt het tempo hoog: je kunt één gerecht nemen en weer door, maar net zo makkelijk blijven stapelen tot je ineens wél “gewoon dineert” zonder dat je dat vooraf had gepland.
Wat het onderscheidend maakt, zit ’m in de keuzes. Niet een eindeloze menukaart, wel gerechten die logisch naast elkaar passen: iets zilt, iets vet, iets fris, iets knapperigs. Denk aan die categorie snacks waar je eigenlijk voor komt, eitje mayo met garnaal, visbeignets, garnalenkoppen met aïoli, en dan door naar een bord dat de avond serieus maakt: mosselen met groene peper, petongles met citrus-knoflookboter, of pasta met ansjovis en citroen. Het is “klein” op papier, maar groot in hoe snel je tafel vol staat.

De wijn is geen bijzaak en dat merk je meteen. Cenc schenkt een selectie (natuurlijk én conventioneel) via De Wijnwinkel, en dat maakt de keuze simpel: je pakt een glas dat bij de keuken past, zonder dat er een heel sommelier-ritueel omheen hangt. Het resultaat is precies wat je wil bij dit soort eten: glas leeg, volgende glas, volgende hap.
Je komt hier niet voor een lange uitleg, maar voor een tafel die zichzelf blijft aanvullen.
De sfeer volgt die logica: open genoeg om binnen te lopen, scherp genoeg om terug te komen. Je ziet de keuken werken, je merkt dat er routine zit in de service, en het geheel heeft dat Parry/Balthazar-DNA: niet formeel, wel precies. Cenc is het soort plek waar je afspreekt “voor eentje” en eindigt met een kleine stoet borden en een fles die ineens op is — omdat de kaart dat uitlokt, niet omdat iemand het je aanpraat.