Vincent Hall voelt als een plek die gemaakt is voor mensen die wél van kunst houden, maar niet per se van fluistergangen en vitrines. Je komt binnen in een grote, donkere ruimte waar projecties de wanden (en vaak ook de vloer) overnemen, met geluid dat niet “erbij” zit maar de ervaring draagt. Het resultaat: je kijkt niet naar een werk, je staat erin.
Wat Vincent Hall nu extra aantrekkelijk maakt, is dat er drie shows tegelijk lopen. Je kunt dus kiezen op stemming. Bosch. Secret Signs is de meest prikkelende: vol symbolen, vreemde details en scènes waar je ogen steeds opnieuw naartoe worden gezogen. Dit format past Bosch absurd goed, omdat je eindelijk de micro-dingen groot ziet zonder dat je met je neus op een paneel hoeft te hangen.

De Frida Kahlo-show (Viva la Vida) is het meest verhalend en emotioneel. Je krijgt grote beelden, foto’s/prints en een duidelijke focus op Frida’s wereld en iconografie — het voelt meer als een reis door sfeer en identiteit dan als een “les”.
Dit is het soort uitje waarbij je niet “even kijkt”, maar echt even verdwijnt.
En dan Van Gogh. Immersive Exhibition: vooral fijn als je met iemand gaat die behoefte heeft aan herkenning en tempo.
Vincent Hall ligt aan de Mauritskade; je bent zo bij Oosterpark/ARTIS, waardoor je er makkelijk een korte wandeling aan vastplakt zonder dat het “een project” wordt.