Stel je voor: een kerk waar zestigduizend mensen begraven liggen, muren die zeven eeuwen hebben meegemaakt, en daartussenin een landschap van weggegooid spul. Dat is wat Jesse Darling heeft neergezet in de Oude Kerk. Bouwpuin, versleten stoelen, kapotte elektronica. Materialen die normaal in een container verdwijnen, staan hier als sculpturen opgesteld in een van de oudste gebouwen van de stad. Het is geen provocatie. Het is eerder een vraag: wat bewaren we, en waarom?
Darling, geboren in 1981 en woonachtig in Berlijn, won in 2023 de Turner Prize, de belangrijkste Britse kunstprijs. Godsworth is zijn eerste grote solotentoonstelling in Nederland. De inspiratie voor de installatie vond hij deels in de geschiedenis van de kerk zelf. Ooit stonden er bijna veertig altaren verspreid door het gebouw, elk gewijd aan een heilige of een gilde. Die altaren zijn er al lang niet meer, maar de plekken waar ze stonden zijn er nog. Darling speelt daarmee: zijn sculpturen bewonen de kerk op een vergelijkbare manier, als tijdelijke heiligdommen van alledaagse rommel.

De kerkruimte is volledig getransformeerd. De assemblages zien er provisorisch uit, alsof ze zo in elkaar gezet zijn, maar dat gevoel is misleidend. De objecten bewegen tussen twee werelden: ze zijn tegelijkertijd relikwie en wegwerpobject, carnavalesk figuur en bouwvallig geval. Darling laat zien dat schoonheid en verval niet elkaars tegenpolen hoeven te zijn. Dat werkt extra goed in dit gebouw, want de Oude Kerk is zelf ook al zo’n plek: gewijd en werelds tegelijk, met grafstenen als vloer en hedendaagse kunst aan de muren.
De sculpturen bewegen tussen relikwieën, carnavaleske figuren en weggegooid afval, en stellen vragen over wat en wie als waardevol wordt beschouwd.
Godsworth is onderdeel van een driejarig programma waarbij Ammodo drie solotentoonstellingen bij de Oude Kerk ondersteunt, tussen 2026 en 2028. De kerk als podium voor hedendaagse kunst is niks nieuws, maar wat Darling hier doet gaat verder dan kunst tonen in een mooi gebouw. Hij laat de kerk meepraten. De sculpturen bewegen tussen relikwieën, carnavaleske figuren en weggegooid afval, en stellen vragen over wat en wie als waardevol wordt beschouwd. Dat is een vraag die in dit gebouw, boven tweeënhalf duizend grafstenen, bijzonder hard aankomt.