Het Marineterrein heeft er een serieuze eetplek bij. Scheepskameel heet het, vernoemd naar het drijvende hefwerktuig dat vroeger in de haven werd gebruikt, en het zit in gebouw 24: een voormalig scheepsbouwpakhuis aan het Oosterdok met uitzicht op het water. De mensen erachter kennen veel Amsterdammers al: Pieter Smits en Iwan Driessen runnen samen ook Rijsel, een van de populairste buurtrestaurants van de stad.
Smits heeft een duidelijk verleden in de horecawereld. Voor Rijsel werkte hij bij Hotel de Goudfazant, ook al een adres dat mensen graag noemen als het gaat over goed eten in bijzondere gebouwen. Bij Scheepskameel trekt hij met Driessen dezelfde lijn door: geen opsmuk, wel kwaliteit. De keuken werkt met verse, seizoensgebonden producten en leunt op Nederlandse, Franse en Duitse invloeden. Dat levert gerechten op met heldere, krachtige smaken. Geen ingewikkelde verhalen op het bord, gewoon goed eten.

Het menu wisselt regelmatig en is compact. Verwacht je een kaart van drie pagina’s, dan kom je bedrogen uit. Een doorsnee avond biedt vier rauwe gerechten, vier groentebereidingen, vijf vis- en vleesgerechten, vijf kaassoorten en een dessert met drie taarten. Een viergangenmenu kost rond de 52 euro. Wie het Marineterrein al kent, weet dat het terrein ruimte biedt voor mooie uitkijkpunten en een fijn terras, en ook Scheepskameel maakt daar gebruik van: er is zowel binnen als buiten te eten, met zicht op de tijdelijke brug over de Dijksgracht.
Scheepskameel heeft een uitgebreide lijst met uitsluitend Duitse wijnen, een zeldzame keuze in de restaurantwereld hier.
Qua gerechten valt er per seizoen te rekenen op dingen als een vitello tonato-achtig gerecht met ingelegde groenten, wildgerechten in het najaar, vers seizoensijs en een wisselend aanbod van vis en vlees. De kaasplank heeft doorgaans vijf soorten, de dessertkaart telt naast het hoofddessert drie taarten die ook rouleren. Scheepskameel is open van dinsdag tot en met zaterdag, telkens vanaf zes uur ’s avonds. Reserveren is verstandig.