Bijna iedereen die over de Dam loopt kijkt er recht tegenaan, maar weinig mensen beseffen wat er achter die gevel schuilgaat. Het Koninklijk Paleis is geen museumstuk dat je van een afstand bewondert. Het is een werkend paleis, de plek waar staatsbezoeken worden ontvangen, galadîners worden gehouden en onderscheidingen worden uitgereikt. Tegelijk staat de deur open voor gewone bezoekers, en dat maakt het juist interessant.
Architect Jacob van Campen ontwierp het gebouw in de Hollands-classicistische stijl, en tussen 1648 en 1665 werd het opgetrokken in Bentheimer zandsteen. De gevel is streng en rechtlijnig, de verhoudingen kloppen precies. Op het dak staat een toren, en bovenop die toren staat Atlas, die de hemelbol op zijn schouders torst. Dat beeld is het silhouet dat je vanuit heel de binnenstad ziet. Wat je niet ziet: het hele bouwwerk rust op meer dan 13.659 houten palen, diep in de Amsterdamse bodem geheid. Als dat in de 17e eeuw al kon, snap je waarom het gebouw er na 375 jaar nog steeds staat.

Van binnen is de Burgerzaal het middelpunt. Een enorme centrale zaal met marmeren vloerkaarten van de wereld, ontworpen in een tijd dat Amsterdam de handelscentrum van de wereld was. De zalen eromheen zijn gedecoreerd met 17e-eeuwse schilderijen en beeldhouwwerken, maar ook met meubels uit de Napoleontische periode. Want van 1808 tot 1813 deed het gebouw dienst als Frans keizerlijk paleis, toen Napoleon zijn broer Lodewijk als koning van Holland installeerde. Die vijf jaar hebben hun sporen nagelaten in het interieur.
Het gebouw rust op meer dan 13.659 houten palen, diep in de Amsterdamse bodem geheid, en staat er na 375 jaar nog steeds.
Het gebouw staat midden op de Dam, omringd door trams, toeristen en de drukte van het stadscentrum. Maar zodra je naar binnen stapt, verdwijnt dat. Dikke muren, hoge plafonds, en de stille aanwezigheid van iets wat al meer dan drie eeuwen overeind staat. Niet alleen als gebouw, maar als plek waar de stad en het land elkaar ontmoeten. Jacob van Campen bouwde een stadhuis voor een stad op het hoogtepunt van haar macht. Dat het er nu nog staat, en nog steeds in gebruik is, zegt genoeg.