Je loopt de Gravenstraat in, de Dam net achter je, en dan zie je het al: een pand dat precies doet waarvoor het vierhonderd jaar geleden werd gebouwd. De Drie Fleschjes is opgericht in 1619 en is daarmee het oudste jenever proeflokaal van de stad. Eigenaar Johannes Bulthuis runt de zaak zoals het hoort: geen onnodige moderniseringen, wel een warm ontvangst en een borrel die klopt.
Het meest besproken stuk inventaris is het drankorgel. Vijftig vaten, netjes naast elkaar opgesteld, en het enige nog werkende exemplaar in heel de stad. Daaruit komt de vatgelagerde Bols jenever, het hart van de kaart. Die jenever drink je hier het liefst als kopstootje: een glas jenever naast een vers getapt bier. De keuze is er ook: Gulpener Pils, Biologisch-Weizen, Bolleke de Koninck of een Jopen seizoensbier. Het team helpt je kiezen welke combinatie bij je past. Naast de vatgelagerde jenever schenken ze ook jonge jenever en Corenwyn uit het Bols assortiment.

Het interieur is 17de-eeuws, en dat is geen stijlkeuze maar gewoon de werkelijkheid. De lage plafonds, het hout, de vitrine met historische burgemeestersfleschjes: dit is hoe een proeflokaal er altijd uit heeft gezien. Er zijn ook cocktails op de kaart, maar zelfs die worden op z’n Amsterdams geserveerd. Bestel een Boswandeling, een Stuk in je Kraag of een Walsje voor Debby, en je krijgt het drankje in een traditioneel tulpglas. Vol tot de rand, zodat je je eerst moet buigen voordat je het kunt pakken. Letterlijk buigen voor de borrel.
Vijftig vaten aan de muur, een borrel op tafel, en een plek die al vierhonderd jaar weet wat ze doet.
De Drie Fleschjes is dagelijks geopend. Op maandag tot en met zaterdag vanaf twee uur, op zondag iets later. De locatie is makkelijk te vinden, maar voelt toch als een ontdekking: een zijstraat naast de Nieuwe Kerk, even weg van het gewoel op de Dam. Vijftig vaten aan de muur, een borrel op tafel, en een plek die al vierhonderd jaar weet wat ze doet. Zo moeilijk is het niet.