In een wijk waar de meeste musea niet eens aan denken, bouwde Marian Duff iets opmerkelijks. OSCAM staat voor Open Space Contemporary Art Museum, en die naam is geen toeval. Grote glazen etalageramen, een open witte ruimte, en een programma dat bewust afstapt van de klassieke museumsfeer. Kunst voor bewoners van Zuidoost, een van de meest diverse wijken van Nederland, niet voor de bezoekers die al weten waar het Stedelijk staat.
Duff richtte het museum op in november 2017, de officiële opening volgde in januari 2020. Nu, ruim vijf jaar later, verhuist OSCAM naar een grotere plek op Bijlmerplein 97, nog altijd midden in het hart van de wijk. De openingstentoonstelling is van Black Childish, een kunstenaar die je kunt volgen tot en met 30 augustus 2026. De show heet ‘Joy Soldiers: The Language’ en is precies het soort werk waarvoor OSCAM staat: hedendaags, onbekend bij een breed publiek, maar niet omdat het niet goed genoeg is.

Het museum profileert zich bewust als tegenwicht voor de witte museumzaal. Letterlijk: de ramen laten de tentoonstellingen zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zodat je niet eens naar binnen hoeft om iets te zien. Dat is een keuze. Net als de focus op jonge en onontdekte makers, op mode en design naast beeldende kunst, en op maatschappelijke thema’s die in andere instellingen zelden de hoofdrol krijgen. Het team bestaat uit twintig mensen, inclusief de raad van toezicht.
Kunst die je tegenkomt omdat je toevallig boodschappen doet, niet omdat je speciaal naar een museumkwartier bent gegaan.
Bijlmerplein is geen galerijestraat. Er is een supermarkt, een kapper, winkels die spullen verkopen die mensen echt nodig hebben. OSCAM zit daar tussen, en dat is precies de bedoeling. Kunst die je tegenkomt omdat je toevallig boodschappen doet, niet omdat je speciaal naar een museumkwartier bent gegaan. Met de nieuwe, grotere ruimte op nummer 97 krijgt dat idee meer ruimte. Letterlijk.