Er zijn weinig plekken in de stad waar je zo direct het verleden op de vloer voelt. Proeflokaal A. van Wees op de Herengracht is letterlijk gebouwd in een voormalig steegje tussen de panden. Die oude klinkers liggen er nog gewoon, als vloer. Het geeft de ruimte iets wat je niet nabootst met een interieurarchitect.
De Van Wees-familie begon in 1782 en is er nog steeds. Destilleerderij De Ooievaar is ondertussen de laatste ambachtelijke stadsdestilleerderij die nog actief is in het Amsterdamse stadsgebied. Dat merk je aan wat er in de glazen belandt: meer dan 17 jenevers, gedistilleerd op traditionele wijze, waarvan sommige tot 20 jaar zijn gerijpt. Naast die jenevers schenken ze ruim 60 oude Nederlandse likeuren, elk met een eigen smaak en karakter. Voor wie niet meteen weet wat te bestellen: er is een jong-tot-oud jeneverkostproef waarbij je de stijlen naast elkaar vergelijkt. Dat is meteen een kleine cursus Nederlandse drankgeschiedenis.

Het proeflokaal is geen museumstuk waar je alleen een borreltje mag drinken. De keuken is elke dag open vanaf elf uur ’s ochtends, en op vrijdag en zaterdag kun je er tot één uur ’s nachts terecht. Op de kaart staan Nederlandse klassieken: kaasfondue, Zeeuwse mosselen, en zelfgemaakte hachee. Geen verfijnde nouvelle cuisine, gewoon eerlijk eten dat past bij een glas jenever. Wie meer wil drinken dan eten, kan ook kiezen voor bieren van lokale brouwerijen van de tap, of een glas wijn.
De oudste jenevers zijn tot 20 jaar gerijpt, en dat proef je. Soms is de eenvoudigste uitleg ook de beste.
Of je nu gaat voor een serieuze proeverij, een traditioneel diner, of gewoon een glas op een doordeweekse middag: Proeflokaal A. van Wees doet wat een goed proeflokaal hoort te doen. De oudste jenevers zijn tot 20 jaar gerijpt, en dat proef je. Soms is de eenvoudigste uitleg ook de beste.